24th
Cranberries (veenbessen) staan bekend om hun gezondheidsbevorderende eigenschappen. Waarschijnlijk bevatten ze zoveel afweerstoffen voor allerlei invloeden van buitenaf dat ze moeilijk aan het gisten te krijgen zijn. Het veel geroemde resveratrol is ook in behoorlijke hoeveelheden in cranberry’s aanwezig. De bessen bevatten ook oxaalzuur, benzoėzuur, vitaminen en mineralen.Het gebruik van grote hoeveelheden kan misselijkheid en diarree veroorzaken. De cranberry (Vaccinium macrocarpon) is een plant uit de heidefamilie (Ericaceae). Het is een kruipende of overhangende plant met dunne stengels. De grote veenbes heeft een voorkeur voor zure grond, zoals heide, veen en bossen maar moet niet worden verward met de daar van nature voorkomende inheemse kleine veenbes (Vaccinium oxycoccos). In Nederland is de plant vrij zeldzaam, maar ze wordt wel hier en daar gecultiveerd.De Indianen in Noord Amerika kenden het gebruik van de cranberry als medicinale plant.De bessen zijn eetbaar. Het zuur ervan kan de zoete smaak volledig onderdrukken, zelfs als de bessen volledig rijp zijn.De bessen zijn effectief bij het bestrijden van blaasontsteking bij vrouwen, wat echter niet onomstotelijk bewezen is. Er zijn ook wel bijwerkingen.Er zijn aanwijzingen dat de bessen zouden helpen bij het voorkomen van maagzweren en bij het voorkomen van tandplaque.In de Verenigde Staten en in Canada ontstonden in de loop van de negentiende eeuw commerciėle veenbesculturen. Met name in de Amerikaanse staten Massachusetts, Wisconsin en New Jersey. In 1864 had Massachusetts al meer dan 3000 hectare veenbesvelden. Omdat de bes gebruikt werd als middel tegen scheurbuik op lange zeereizen, was er ook in Europa belangstelling voor commerciėle teelt ervan. De eerste pogingen werden ondernomen in de negentiende eeuw in Engeland en Duitsland.Na de ontdekking van de cranberry op Terschelling werd ook in Nederland de belangstelling voor commerciėle teelt ontdekt. Waarschijnlijk zijn de bessen er aangespoeld uit een schip dat op de Waddenzee schipbreuk had geleden. Op Terschelling was aanvankelijk sprake van pluk van in het wild voorkomende bessen. De bessen werden na de pluk opgekocht en geėxporteerd naar Engeland. Na 1909 kwamen de duinen van Terschelling in beheer bij Staatsbosbeheer en werd de pluk verpacht aan enkele veenbesbedrijven. De veenbesvegetaties hadden echter te lijden onder verdroging omdat door Staatsbosbeheer sloten voor de waterafvoer waren aangelegd. Tussen 1917 en 1920 werden enkele duinvalleien ontgonnen en aangeplant met veenbesstekken. Ook werd er voor een goed waterbeheer gezorgd. Veenbesvelden worden soms bestrooid met een dun laagje duinzand om de wortelvorming van de planten te verbeteren. Momenteel heeft Terschelling ca. 50 hectare veenbesvegetaties. De jaarlijkse oogst kan variėren van enkele honderden kilo’s in slechte jaren tot meer dan 200 ton in zeer goede jaren. Van de grote veenbes worden talloze producten gemaakt die op Terschelling vooral door toeristen worden gekocht.