STERBLOEM RSS

Archive

Sep
24th
Thu
permalink
Het VN-jaar van de Inheemse Volken 1993 is ten einde gekomen. Een vraag die vaak op dit soort gebeurtenissen volgt, en die meestal op meewarige toon gesteld wordt aan mensen die zich inzetten voor ideële doelen, is het gevreesde: ”Maar wat voor resultaat heeft dat gehad?”Het antwoord op die vraag is voor de mensen die haar stellen heel simpel. Het jaar voor inheemse volken heeft, over het algemeen, de ondergang van diverse culturen waarschijnlijk geen ogenblik vertraagd, laat staan stopgezet. Met daaraan gekoppeld de conclusie dat het allemaal een zinloze verspilling van tijd en geld is geweest. Tegelijkertijd is het antwoord echter ook heel ingewikkeld. Hoeveel mensen hebben dit jaar voor het eerst kennis gemaakt met de problematiek van inheemse volken? Hoeveel mensen wisten er al van, maar zijn er voor het eerst echt over gaan nadenken? En hebben de stap genomen er iets aan te gaan doen? Hoeveel inheemse volken zelf zijn gesterkt in hun verzet door de symbolische betekenis van het VN-jaar? Kortom, de kwaliteit van sommige veranderingen zou wel eens belangrijker kunnen zijn dan de kwantiteit. Veranderingen zijn soms pas later merkbaar, en nog veel meer ontwikkelingen hebben tijd nodig om tot wasdom te komen. Simpele antwoorden bestaan in dit geval niet.De Lakota Stichting gaat in 1994 dan ook gewoon door met het steunen van inheemse volken, onder andere door het geven van informatie over hun situatie via onze nieuwsbrief. De Wotanin Wowapi zal daarbij gedurende een flink deel van 1994 in handen zijn van een andere hoofdredaktie. Ondergetekende vertrekt namelijk voor ruim vier maanden naar Santiago de Chile, Chili, voor reflectie en scriptieonderzoek, en het roer in Nederland zal worden overgenomen door het tweevrouwschap Gerda Bolhuis en Judith-an Verschuuren. Ik wens hen veel succes bij hun werkzaamheden. En bij het beantwoorden van de vraag: ”Goh, wat voor nut heeft dat nou?” 
Indiaans ABC
UchHet woord ‘uch!’ mag niet ontbreken in een Indiaans alfabet. ‘Uch’ vormt namelijk een essentieel onderdeel van het taalgebruik van de Indianen in strips, (slechte) romans en sommige films. De meeste Indiaanse volken die hun eigen identiteit hebben behouden, beschikken over een rijke taal die soms zo ingewikkeld in elkaar steekt, dat er een behoorlijke studie aan vooraf moet gaan voordat je het kent. In strips en romans bleef niets van die rijkdom over. De Indianen werden daarin meestal voorgesteld als de Ander, een primitieve, vreemde, exotische, gevaarlijke wilde. Hun rare taaltje vormde een afspiegeling van dit beeld: ”Uch! Wij blanke niet vertrouwen! Blanke spreekt met gespleten tong!” ‘Uch’ is een multifunctioneel woord. Het kan gebruikt worden als uitroep in geval van schrik of verbazing. Soms dient ‘uch’ als een bevestiging van een eerder gedane uitspraak, of om een akkoord te bekrachtigen. In een aantal gevallen is de betekenis volstrekt onduidelijk. Het lijkt erop dat de auteur of de tekenaar ‘uch’ dan maar gewoon aan het begin van een zin heeft gezet om een exotisch sfeertje te creëeren. Het woord kent een aantal varianten, waarvan de meest bekende ‘oef’ en ‘oech’ zijn. Tot de grootste ‘zegeningen’, die de blanken meebrachten naar Noord-Amerika, behoort de alcohol, ‘vuurwater’ genoemd door de brandende, verwarmende werking ervan. In tegenstelling tot veel inheemse volken die al voor de komst van de blanken zelf akcoholische dranken brouwden, kenden de meeste Noord-Amerikaanse Indianen geen alcohol. Zij missen een enzym, dat helpt de alcohol in hun lichaam af te breken. Hierdoor reageren ze veel heftiger op alcohol-comsumptie.Het Lakota-woord voor alcohol luidt ‘mni wakan’, zo genoemd vanwege de hallucinerende werking. De Lakota’s geloofden in het begin, dat alcoholgebruik hen visioenen bracht.Alcoholisme vormt één van de grootste problemen van de Indianen en zolang de oorzaken, zoals discriminatie, werkloosheid, armoede en een algemeen gevoel van hopeloosheid niet worden aangepakt, zal ook het drinken blijven bestaan. Wounded Knee ligt op de landkaart gezien, ongeveer 25 km ten noordoosten van de plaats Pine Ridge in het Pine Ridge Indianenreservaat in de staat South Dakota in de Verenigde Staten van Amerika. In dit reservaat wonen en leven voor namelijk Lakota’s, ook wel Sioux Indianen genoemd. Het landschap is daar overal heuvelachtig en is uitgesleten met diepe geulen en voormalige kreken. Hier en daar staan op de bodem van de kreek- en geuldalen groepjes ceders en dennebomen, maar er is vooral gras, heel veel gras. Langs het golvend en wuivend gras dat in een perfecte harmonie is afgezet tegen de strakke blauwe lucht, brengt de meanderende weg je plotseling in de ‘middle of nowhere’ bij een herdenkingsbord met daarop de tekst ‘Massacre of Wounded Knee’. Een vreemde confrontatie met de geschiedenis in zo’n harmonieuze omgeving.Wounded Knee, of wel de ‘Gekwetste Knie’, bij de bewoners van het prairiegebied een plek waar de rivier gemakkelijk kon worden overgestoken. Wounded Knee heeft niet haar naam te danken aan het tragische moment in de geschiedenis van 29 december 1890, waarbij ongeveer 300 mannen, vrouwen en kinderen van de stam van het opperhoofd Big Foot op brute wijze door het Amerikaanse leger werden afgeslacht. Wounded Knee heeft haar naam ook niet te danken aan de 71-daagse bezetting van het herdenkingsmonument door in 1973 door militante Indianen, waarbij door het Amerikaanse regering wederom het leger werd ingezet. Wounded Knee dankt haar naam aan het feit, dat er in het verre verleden ooit een Indiaan op deze plek zijn knie heeft gekwetst. Deze gebeurtenis is toen voor de Indianen aanleiding geweest om deze plek te vernoemen naar dat voorval, zodat altijd voor iedereen duidelijk was welke plaats er werd bedoeld.Tragisch is de samenloop van de geschiedenis, dat juist op deze historische plaats de Indiaanse droom voor alle Indianen van het Noord-Amerikaanse continent ten einde kwam op de gedenkwaardige dag van 29 december 1890. Op dat moment waren er in Noord-Amerika nog maar 250.000 Indianen in leven. Door de bezetting in 1973 is Wounded Knee het symbool geworden voor de Indiaanse natie om te werken aan het behoud van een eigen cultuur op eigen grond. Deze activiteiten zullen gaan leiden naar de opbloei van de Indiaanse natie. Voordat het echter zover is dat de Indiaan heeft wat hij zoekt, zullen er in de toekomst nog vele ‘Wounded Knee’s’ volgen. De Indiaanse krant Indian Country Today/Lakota Times is onlangs gestart met een serie artikelen over het Indiaans gehalte van een aantal bekende ‘Indiaanse’ auteurs en activisten: ”Indian Writers, real or imagined? The good, the bad and the could be.” De artikelen hebben veel stof doen opwaaien in Indianen-land en vooral de discussie over ‘Wie is Indiaan’ weer aangezwengeld. Zonder dat we een uitspraak doen over het waarheidsgehalte van de artikelen, willen we hier toch onze lezers deze informatie niet onthouden. In het verleden is al vaker onthuld, dat allerlei zogenaamd Indiaanse schrijvers helemaal geen Indianen waren of in elk geval niet konden aantonen dat ze Indiaans waren. Bekende voorbeelden zijn Grey Owl, Buffalo Child Long Lance en recenter Jamake Highwater. Jamake Highwater figureert ook in de rij namen die nu genoemd worden. Van een aantal mensen die in de artikelen genoemd worden, wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar wel duidelijk gesuggereerd dat ze eigenlijk oplichters zijn. Anderen lijken vermoedelijk wel van Indiaanse afkomst te zijn, maar zijn door de kronkels van de geschiedenis nooit als Indiaan geregistreerd.
Een greep uit de lijst:
Roxanne Dunbar Ortiz - auteur van boeken over o.a. Lakota en internationale aspecten van de Indiaanse zaak, treedt vaak op in Europa als inheems vertegenwoordigster, o.a. voor de International Indian Treaty Council bij de VN in Genève. Ze zou een Zuidelijke Cheyenne uit Oklahoma zijn. Volgens onderzoeker Jerry Reynolds is zij als Roxy Amanda Dunbar in Texas geboren en is ze niet bekend bij de Zuidelijke Cheyenne en Arapahoe.
Joseph Bruchac - dichter, Abenaki uit Vermont, een niet-federaal erkende stam. Zou slechts een Abenaki grootvader hebben.
Rennard Strickland - schrijver & jurist, hoofd van het Center for the Study of American Indian Law bij de Universiteit van Oklahoma. Zou Cherokee & Osage zijn, maar is bij geen van beide stammen geregistreerd.
Jimmie Durham - activist voor de American Indian Movement & International Indian Treaty Council in de zeventiger jaren (organiseerde o.a. de eerste conferentie over Indianen in Genève), tegenwoordig kunstenaar. Hij zou Cherokee zijn. Hij heeft onlangs naar aanleiding van de Indian Arts and Crafts Act (een wet uit 1990, die eist dat Indiaanse kunstenaars kunnen aantonen dat ze Indiaan zijn) verklaard dat hij geen Cherokee en geen Indiaan is, dit omdat hij onder de Amerikaanse wetgeving niet als zodanig staat ingeschreven. Hij is overigens ook niet bekend bij de Cherokee zelf.
Ward Churchill - activist voor de International Indian Council, publiceerde o.a. bij de Scandinavische steunorganisatie IWGIA. Zou Creek/Cherokee zijn. Wil dit niet bewijzen, want hij is een fel tegenstander van het stamraden-systeem en het registreren van Indianen.
Michael Dorris - Modoc, schreef een zeer goed ontvangen boek over Fetal Alcohol Syndrome bij Indianen. (Dit is een afwijking, waarop baby’s van alcoholverslaafde moeders een grote kans maken.) Niet geregistreerd bij de Modoc, herinnert zich slechts vaag een Modoc grootvader.
De commentaren vanuit de hoek van de International Indian Treaty Council zijn zeer fel. Men ziet dit als de zoveelste aanval op hen, ‘dirty tricks’ naar de Indiaanse zaak toe.
Roxanne Dunbar Ortiz heeft naar aanleiding van de artikelen laten weten, dat ze nooit méér gezegd heeft, dan dat ze is opgegroeid binnen de grenzen van het oorspronkelijke verdragsgebied van de Zuidelijke Cheyenne en Arapahoe en dat anderen daaruit concludeerden dat ze hier dus lid van zou zijn.Uit wat gematigder Indiaanse hoek wordt positief op de serie gereageerd. Zowel uit de hoek van de stamraden als door sommige traditionele leiders wordt de ‘omtmaskering’ van de zgn. ”wannabees” toegejuicht. Men meent een zeker patroon te zien in het optreden van deze mensen, die zich als Indianen voordoen en daar stevig profijt van trekken. Kenmerken zijn volgens hen: een voorkeur voor volken als Cherokee (die sterk met blanken vermengd zijn) of de Metis uit Canada (een volk van halfbloed-Indianen, waar echter geen registratie van is) of een volk als de Modoc, dat enkele tientallen jaren geleden opgeheven is (terminatie). Hun ‘Indiaanse roots’ hebben ze vaak pas in de zeventiger jaren ontdekt. Bij het volk zelf kent niemand ze, ook de familienaam is vaak niet bekend. Geconfronteerd met deze beschuldigingen, zeggen ze tegen het systeem van registratie te zijn, dat is een Amerikaans koloniaal idee. Zij weten gewoon, dat ze Indiaan zijn.Hun tegenstanders zeggen: ”There’s no such thing as a generic Indian”.
Boekrecensie: Een Lakota-vrouw
Deze zomer (1993) verscheen bij uitgeverij Contact het boek Een Lakota vrouw, het levensverhaal van Mary Crow Dog. Mary Crow Dog is de vrouw (inmiddels al weer gescheiden, Red.) van American Indian Movement spiritueel leider Leonard Crow Dog, die in de zeventiger jaren in de internationale schijnwerpers stond door zijn veroordeling na de bezetting van Wounded Knee. Hoewel de titel anders doet vermoeden, is het boek niet echt een biografie, maar een beschrijving vanuit een heel persoonlijk gezichtspunt van de gebeurtenissen in Zuid-Dakota tussen de jaren 1972 en 1976, de jaren waarin o.a. de bezetting van Wounded Knee plaatsvond. Het boek geeft een uitstekend beeld van de sfeer en de omstandigheden in die tijd.In de eerste veertig pagina’s wordt Mary Crow Dog’s jeugd op het Rosebud-reservaat van de Brulé-Sioux beschreven: de helaas bekende mix van opgroeien in een krot, met familie die aan de drank is en een strenge school die geen enkele rekening houdt met de Indiaanse achtergrond van de scholieren. Het is niet verwonderlijk dat ook Mary Crow Dog zich aansloot bij het legertje van half criminele, alcoholische jongeren. Uit deze jongeren kwamen in eerste instantie de aanhangers van de American Indian Movement voort, de radicale Indiaanse organisatie, die eind jaren zestig in de grote steden in het Midden-Westen, zoals Minneapolis, was ontstaan. De AIM zocht naar een achterban op de reservaten, voornamelijk bij de traditionele leiders. De Lakota medicijnman en peyote-priester Leonard Crow Dog was één van de mensen, die zich achter de AIM schaarde.
1972-1976De volgende 180 pagina’s zijn gewijd aan de burgeroorlog die in de zeventiger jaren op het Pine Ridge-reservaat in Zuid-Dakota woedde. De belangrijkste oorzaak van de problemen in die tijd was het systeem waarmee de Indianen-reservaten werden bestuurd. In 1934 trad de Indian Reorganization Act in werking, die de reservaten een bestuurssysteem gaf, dat gebaseerd was op het westerse, democratische systeem. Stemgerechtigde Indianen konden om de zoveel jaar een ‘tribal council’ of ‘stamraad’ kiezen, die dan het reservaat zou besturen. Helaas bleek dit voor de Indianen, die allen van oudsher hun eigen vorm van regeringen hadden, meestal slecht te werken. Vaak was deze regeling ook in strijd met de verdragen die de meeste stammen met de Amerikaanse regering hadden afgesloten. Daarbij kwam nog eens dat hele systeem onder strikt toezicht stond van de Amerikaanse regering, in dit geval het Bureau voor Indiaanse Zaken (BIA). Gevolg was dat vaak alleen Indianen die nut zagen in het Amerikaanse systeem hieraan meewerkten. ”Wat moeten we doen? Als je voor AIM bent, ben je een verrader. Als je voor Dickie Wilson bent, ben je een verdomde goon. Als je voor de regering bent, ben je helemaal geen Indiaan”.
Een oude man op het Pine Ridge-reservaat in de jaren ‘70.
Een Lakota-vrouw - blz. 105In die tijd was op het Pine Ridge-reservaat van de Oglala-Sioux Dick Wilson voorzitter van de stamraad. Hij opereerde op een dictatoriale manier en hij had zelfs een eigen knokploeg, de GOONS (Guardians of the Oglala Nation). In deze gespannen situatie riepen bewoners van het Pine Ridge-reservaat de AIM te hulp. In Wounded Knee kwam het in 1973 tot een confrontatie, waarbij aan Indiaanse kant twee doden vielen. Mary Crow Dog beschrijft haar deelname aan de bezetting van Wounded Knee en hoe zij binnen de blokkade haar eerste kind kreeg.Het boek gaat verder met de gebeurtenissen na Wounded Knee, o.a. het proces waarbij haar man Leonard werd veroordeeld en de acties die werden gevoerd om hem vrij te krijgen. Zijdelings wordt ook verwezen naar de zaak rond Leonard Peltier, een lid van de American Indian Movement, die is veroordeeld tot 2x levenslang voor het doodschieten van twee FBI-agenten op het Pine Ridge-reservaat in 1975. Crow Dog’s woning werd door de FBI overvallen, omdat men vermoedde dat Peltier zich bij hen schuilhield, hetgeen echter niet het geval was. De jaren na 1976 worden afgedaan in 2 ½ bladzijde. Helaas wordt hier niet uit duidelijk dat er sindsdien veel veranderd is. De radicale pro-Amerikaanse stroming waaruit Dick Wilson voortkwam, heeft weinig invloed meer, evenals de AIM, die er uiteindelijk niet in geslaagd is een achterban op de reservaten te krijgen. Het is begrijpelijk dat de spannende gebeurtenissen in de jaren zeventig een bron zijn voor boeken en films, maar jammer is wel dat dit weer een fout beeld van de huidige situatie oproept. Het boek heeft daarom ook enige weerstand opgeroepen bij de Lakota zelf. Men is er niet blij mee, dat wéér de jaren zeventig, die men eigenlijk liever wil vergeten, worden opgerakeld en wel alleen vanuit één bepaalde invalshoek. Dit ging zelfs zover, dat één van onze medewerkers, die het boek in 1992 op het Pine Ridge-reservaat wilde kopen, werd toegevoegd: ”Koop dit boek nu niet, het is niet representatief voor de Lakota”.

Het VN-jaar van de Inheemse Volken 1993 is ten einde gekomen. Een vraag die vaak op dit soort gebeurtenissen volgt, en die meestal op meewarige toon gesteld wordt aan mensen die zich inzetten voor ideële doelen, is het gevreesde: ”Maar wat voor resultaat heeft dat gehad?”Het antwoord op die vraag is voor de mensen die haar stellen heel simpel. Het jaar voor inheemse volken heeft, over het algemeen, de ondergang van diverse culturen waarschijnlijk geen ogenblik vertraagd, laat staan stopgezet. Met daaraan gekoppeld de conclusie dat het allemaal een zinloze verspilling van tijd en geld is geweest. Tegelijkertijd is het antwoord echter ook heel ingewikkeld. Hoeveel mensen hebben dit jaar voor het eerst kennis gemaakt met de problematiek van inheemse volken? Hoeveel mensen wisten er al van, maar zijn er voor het eerst echt over gaan nadenken? En hebben de stap genomen er iets aan te gaan doen? Hoeveel inheemse volken zelf zijn gesterkt in hun verzet door de symbolische betekenis van het VN-jaar? Kortom, de kwaliteit van sommige veranderingen zou wel eens belangrijker kunnen zijn dan de kwantiteit. Veranderingen zijn soms pas later merkbaar, en nog veel meer ontwikkelingen hebben tijd nodig om tot wasdom te komen. Simpele antwoorden bestaan in dit geval niet.De Lakota Stichting gaat in 1994 dan ook gewoon door met het steunen van inheemse volken, onder andere door het geven van informatie over hun situatie via onze nieuwsbrief. De Wotanin Wowapi zal daarbij gedurende een flink deel van 1994 in handen zijn van een andere hoofdredaktie. Ondergetekende vertrekt namelijk voor ruim vier maanden naar Santiago de Chile, Chili, voor reflectie en scriptieonderzoek, en het roer in Nederland zal worden overgenomen door het tweevrouwschap Gerda Bolhuis en Judith-an Verschuuren. Ik wens hen veel succes bij hun werkzaamheden. En bij het beantwoorden van de vraag: ”Goh, wat voor nut heeft dat nou?”
 

Indiaans ABC


Uch
Het woord ‘uch!’ mag niet ontbreken in een Indiaans alfabet. ‘Uch’ vormt namelijk een essentieel onderdeel van het taalgebruik van de Indianen in strips, (slechte) romans en sommige films. De meeste Indiaanse volken die hun eigen identiteit hebben behouden, beschikken over een rijke taal die soms zo ingewikkeld in elkaar steekt, dat er een behoorlijke studie aan vooraf moet gaan voordat je het kent. In strips en romans bleef niets van die rijkdom over. De Indianen werden daarin meestal voorgesteld als de Ander, een primitieve, vreemde, exotische, gevaarlijke wilde. Hun rare taaltje vormde een afspiegeling van dit beeld: ”Uch! Wij blanke niet vertrouwen! Blanke spreekt met gespleten tong!” ‘Uch’ is een multifunctioneel woord. Het kan gebruikt worden als uitroep in geval van schrik of verbazing. Soms dient ‘uch’ als een bevestiging van een eerder gedane uitspraak, of om een akkoord te bekrachtigen. In een aantal gevallen is de betekenis volstrekt onduidelijk. Het lijkt erop dat de auteur of de tekenaar ‘uch’ dan maar gewoon aan het begin van een zin heeft gezet om een exotisch sfeertje te creëeren. Het woord kent een aantal varianten, waarvan de meest bekende ‘oef’ en ‘oech’ zijn. Tot de grootste ‘zegeningen’, die de blanken meebrachten naar Noord-Amerika, behoort de alcohol, ‘vuurwater’ genoemd door de brandende, verwarmende werking ervan. In tegenstelling tot veel inheemse volken die al voor de komst van de blanken zelf akcoholische dranken brouwden, kenden de meeste Noord-Amerikaanse Indianen geen alcohol. Zij missen een enzym, dat helpt de alcohol in hun lichaam af te breken. Hierdoor reageren ze veel heftiger op alcohol-comsumptie.Het Lakota-woord voor alcohol luidt ‘mni wakan’, zo genoemd vanwege de hallucinerende werking. De Lakota’s geloofden in het begin, dat alcoholgebruik hen visioenen bracht.Alcoholisme vormt één van de grootste problemen van de Indianen en zolang de oorzaken, zoals discriminatie, werkloosheid, armoede en een algemeen gevoel van hopeloosheid niet worden aangepakt, zal ook het drinken blijven bestaan. Wounded Knee ligt op de landkaart gezien, ongeveer 25 km ten noordoosten van de plaats Pine Ridge in het Pine Ridge Indianenreservaat in de staat South Dakota in de Verenigde Staten van Amerika. In dit reservaat wonen en leven voor namelijk Lakota’s, ook wel Sioux Indianen genoemd. Het landschap is daar overal heuvelachtig en is uitgesleten met diepe geulen en voormalige kreken. Hier en daar staan op de bodem van de kreek- en geuldalen groepjes ceders en dennebomen, maar er is vooral gras, heel veel gras. Langs het golvend en wuivend gras dat in een perfecte harmonie is afgezet tegen de strakke blauwe lucht, brengt de meanderende weg je plotseling in de ‘middle of nowhere’ bij een herdenkingsbord met daarop de tekst ‘Massacre of Wounded Knee’. Een vreemde confrontatie met de geschiedenis in zo’n harmonieuze omgeving.Wounded Knee, of wel de ‘Gekwetste Knie’, bij de bewoners van het prairiegebied een plek waar de rivier gemakkelijk kon worden overgestoken. Wounded Knee heeft niet haar naam te danken aan het tragische moment in de geschiedenis van 29 december 1890, waarbij ongeveer 300 mannen, vrouwen en kinderen van de stam van het opperhoofd Big Foot op brute wijze door het Amerikaanse leger werden afgeslacht. Wounded Knee heeft haar naam ook niet te danken aan de 71-daagse bezetting van het herdenkingsmonument door in 1973 door militante Indianen, waarbij door het Amerikaanse regering wederom het leger werd ingezet. Wounded Knee dankt haar naam aan het feit, dat er in het verre verleden ooit een Indiaan op deze plek zijn knie heeft gekwetst. Deze gebeurtenis is toen voor de Indianen aanleiding geweest om deze plek te vernoemen naar dat voorval, zodat altijd voor iedereen duidelijk was welke plaats er werd bedoeld.
Tragisch is de samenloop van de geschiedenis, dat juist op deze historische plaats de Indiaanse droom voor alle Indianen van het Noord-Amerikaanse continent ten einde kwam op de gedenkwaardige dag van 29 december 1890. Op dat moment waren er in Noord-Amerika nog maar 250.000 Indianen in leven. Door de bezetting in 1973 is Wounded Knee het symbool geworden voor de Indiaanse natie om te werken aan het behoud van een eigen cultuur op eigen grond. Deze activiteiten zullen gaan leiden naar de opbloei van de Indiaanse natie. Voordat het echter zover is dat de Indiaan heeft wat hij zoekt, zullen er in de toekomst nog vele ‘Wounded Knee’s’ volgen. De Indiaanse krant Indian Country Today/Lakota Times is onlangs gestart met een serie artikelen over het Indiaans gehalte van een aantal bekende ‘Indiaanse’ auteurs en activisten: ”Indian Writers, real or imagined? The good, the bad and the could be.” De artikelen hebben veel stof doen opwaaien in Indianen-land en vooral de discussie over ‘Wie is Indiaan’ weer aangezwengeld. Zonder dat we een uitspraak doen over het waarheidsgehalte van de artikelen, willen we hier toch onze lezers deze informatie niet onthouden. In het verleden is al vaker onthuld, dat allerlei zogenaamd Indiaanse schrijvers helemaal geen Indianen waren of in elk geval niet konden aantonen dat ze Indiaans waren. Bekende voorbeelden zijn Grey Owl, Buffalo Child Long Lance en recenter Jamake Highwater. Jamake Highwater figureert ook in de rij namen die nu genoemd worden. Van een aantal mensen die in de artikelen genoemd worden, wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar wel duidelijk gesuggereerd dat ze eigenlijk oplichters zijn. Anderen lijken vermoedelijk wel van Indiaanse afkomst te zijn, maar zijn door de kronkels van de geschiedenis nooit als Indiaan geregistreerd.

Een greep uit de lijst:

Roxanne Dunbar Ortiz - auteur van boeken over o.a. Lakota en internationale aspecten van de Indiaanse zaak, treedt vaak op in Europa als inheems vertegenwoordigster, o.a. voor de International Indian Treaty Council bij de VN in Genève. Ze zou een Zuidelijke Cheyenne uit Oklahoma zijn. Volgens onderzoeker Jerry Reynolds is zij als Roxy Amanda Dunbar in Texas geboren en is ze niet bekend bij de Zuidelijke Cheyenne en Arapahoe.

Joseph Bruchac - dichter, Abenaki uit Vermont, een niet-federaal erkende stam. Zou slechts een Abenaki grootvader hebben.

Rennard Strickland - schrijver & jurist, hoofd van het Center for the Study of American Indian Law bij de Universiteit van Oklahoma. Zou Cherokee & Osage zijn, maar is bij geen van beide stammen geregistreerd.

Jimmie Durham - activist voor de American Indian Movement & International Indian Treaty Council in de zeventiger jaren (organiseerde o.a. de eerste conferentie over Indianen in Genève), tegenwoordig kunstenaar. Hij zou Cherokee zijn. Hij heeft onlangs naar aanleiding van de Indian Arts and Crafts Act (een wet uit 1990, die eist dat Indiaanse kunstenaars kunnen aantonen dat ze Indiaan zijn) verklaard dat hij geen Cherokee en geen Indiaan is, dit omdat hij onder de Amerikaanse wetgeving niet als zodanig staat ingeschreven. Hij is overigens ook niet bekend bij de Cherokee zelf.

Ward Churchill - activist voor de International Indian Council, publiceerde o.a. bij de Scandinavische steunorganisatie IWGIA. Zou Creek/Cherokee zijn. Wil dit niet bewijzen, want hij is een fel tegenstander van het stamraden-systeem en het registreren van Indianen.

Michael Dorris - Modoc, schreef een zeer goed ontvangen boek over Fetal Alcohol Syndrome bij Indianen. (Dit is een afwijking, waarop baby’s van alcoholverslaafde moeders een grote kans maken.) Niet geregistreerd bij de Modoc, herinnert zich slechts vaag een Modoc grootvader.

De commentaren vanuit de hoek van de International Indian Treaty Council zijn zeer fel. Men ziet dit als de zoveelste aanval op hen, ‘dirty tricks’ naar de Indiaanse zaak toe.



Roxanne Dunbar Ortiz heeft naar aanleiding van de artikelen laten weten, dat ze nooit méér gezegd heeft, dan dat ze is opgegroeid binnen de grenzen van het oorspronkelijke verdragsgebied van de Zuidelijke Cheyenne en Arapahoe en dat anderen daaruit concludeerden dat ze hier dus lid van zou zijn.Uit wat gematigder Indiaanse hoek wordt positief op de serie gereageerd. Zowel uit de hoek van de stamraden als door sommige traditionele leiders wordt de ‘omtmaskering’ van de zgn. ”wannabees” toegejuicht. Men meent een zeker patroon te zien in het optreden van deze mensen, die zich als Indianen voordoen en daar stevig profijt van trekken. Kenmerken zijn volgens hen: een voorkeur voor volken als Cherokee (die sterk met blanken vermengd zijn) of de Metis uit Canada (een volk van halfbloed-Indianen, waar echter geen registratie van is) of een volk als de Modoc, dat enkele tientallen jaren geleden opgeheven is (terminatie). Hun ‘Indiaanse roots’ hebben ze vaak pas in de zeventiger jaren ontdekt. Bij het volk zelf kent niemand ze, ook de familienaam is vaak niet bekend. Geconfronteerd met deze beschuldigingen, zeggen ze tegen het systeem van registratie te zijn, dat is een Amerikaans koloniaal idee. Zij weten gewoon, dat ze Indiaan zijn.
Hun tegenstanders zeggen: ”There’s no such thing as a generic Indian”.

Boekrecensie: Een Lakota-vrouw


Deze zomer (1993) verscheen bij uitgeverij Contact het boek Een Lakota vrouw, het levensverhaal van Mary Crow Dog. Mary Crow Dog is de vrouw (inmiddels al weer gescheiden, Red.) van American Indian Movement spiritueel leider Leonard Crow Dog, die in de zeventiger jaren in de internationale schijnwerpers stond door zijn veroordeling na de bezetting van Wounded Knee. 
Hoewel de titel anders doet vermoeden, is het boek niet echt een biografie, maar een beschrijving vanuit een heel persoonlijk gezichtspunt van de gebeurtenissen in Zuid-Dakota tussen de jaren 1972 en 1976, de jaren waarin o.a. de bezetting van Wounded Knee plaatsvond. Het boek geeft een uitstekend beeld van de sfeer en de omstandigheden in die tijd.In de eerste veertig pagina’s wordt Mary Crow Dog’s jeugd op het Rosebud-reservaat van de Brulé-Sioux beschreven: de helaas bekende mix van opgroeien in een krot, met familie die aan de drank is en een strenge school die geen enkele rekening houdt met de Indiaanse achtergrond van de scholieren. Het is niet verwonderlijk dat ook Mary Crow Dog zich aansloot bij het legertje van half criminele, alcoholische jongeren. Uit deze jongeren kwamen in eerste instantie de aanhangers van de American Indian Movement voort, de radicale Indiaanse organisatie, die eind jaren zestig in de grote steden in het Midden-Westen, zoals Minneapolis, was ontstaan. De AIM zocht naar een achterban op de reservaten, voornamelijk bij de traditionele leiders. De Lakota medicijnman en peyote-priester Leonard Crow Dog was één van de mensen, die zich achter de AIM schaarde.

1972-1976
De volgende 180 pagina’s zijn gewijd aan de burgeroorlog die in de zeventiger jaren op het Pine Ridge-reservaat in Zuid-Dakota woedde. De belangrijkste oorzaak van de problemen in die tijd was het systeem waarmee de Indianen-reservaten werden bestuurd. In 1934 trad de Indian Reorganization Act in werking, die de reservaten een bestuurssysteem gaf, dat gebaseerd was op het westerse, democratische systeem. Stemgerechtigde Indianen konden om de zoveel jaar een ‘tribal council’ of ‘stamraad’ kiezen, die dan het reservaat zou besturen. Helaas bleek dit voor de Indianen, die allen van oudsher hun eigen vorm van regeringen hadden, meestal slecht te werken. Vaak was deze regeling ook in strijd met de verdragen die de meeste stammen met de Amerikaanse regering hadden afgesloten. Daarbij kwam nog eens dat hele systeem onder strikt toezicht stond van de Amerikaanse regering, in dit geval het Bureau voor Indiaanse Zaken (BIA). Gevolg was dat vaak alleen Indianen die nut zagen in het Amerikaanse systeem hieraan meewerkten. ”Wat moeten we doen? Als je voor AIM bent, ben je een verrader. Als je voor Dickie Wilson bent, ben je een verdomde goon. Als je voor de regering bent, ben je helemaal geen Indiaan”.

Een oude man op het Pine Ridge-reservaat in de jaren ‘70.

Een Lakota-vrouw - blz. 105In die tijd was op het Pine Ridge-reservaat van de Oglala-Sioux Dick Wilson voorzitter van de stamraad. Hij opereerde op een dictatoriale manier en hij had zelfs een eigen knokploeg, de GOONS (Guardians of the Oglala Nation). In deze gespannen situatie riepen bewoners van het Pine Ridge-reservaat de AIM te hulp. In Wounded Knee kwam het in 1973 tot een confrontatie, waarbij aan Indiaanse kant twee doden vielen. Mary Crow Dog beschrijft haar deelname aan de bezetting van Wounded Knee en hoe zij binnen de blokkade haar eerste kind kreeg.Het boek gaat verder met de gebeurtenissen na Wounded Knee, o.a. het proces waarbij haar man Leonard werd veroordeeld en de acties die werden gevoerd om hem vrij te krijgen. Zijdelings wordt ook verwezen naar de zaak rond Leonard Peltier, een lid van de American Indian Movement, die is veroordeeld tot 2x levenslang voor het doodschieten van twee FBI-agenten op het Pine Ridge-reservaat in 1975. Crow Dog’s woning werd door de FBI overvallen, omdat men vermoedde dat Peltier zich bij hen schuilhield, hetgeen echter niet het geval was. De jaren na 1976 worden afgedaan in 2 ½ bladzijde. Helaas wordt hier niet uit duidelijk dat er sindsdien veel veranderd is. De radicale pro-Amerikaanse stroming waaruit Dick Wilson voortkwam, heeft weinig invloed meer, evenals de AIM, die er uiteindelijk niet in geslaagd is een achterban op de reservaten te krijgen. Het is begrijpelijk dat de spannende gebeurtenissen in de jaren zeventig een bron zijn voor boeken en films, maar jammer is wel dat dit weer een fout beeld van de huidige situatie oproept. Het boek heeft daarom ook enige weerstand opgeroepen bij de Lakota zelf. Men is er niet blij mee, dat wéér de jaren zeventig, die men eigenlijk liever wil vergeten, worden opgerakeld en wel alleen vanuit één bepaalde invalshoek. Dit ging zelfs zover, dat één van onze medewerkers, die het boek in 1992 op het Pine Ridge-reservaat wilde kopen, werd toegevoegd: ”Koop dit boek nu niet, het is niet representatief voor de Lakota”.